Vanaf ongeveer 40 na Christus bouwde het Romeinse leger steeds meer forten langs de Rijn, waaronder in Bodegraven. Deze castella waren niet alleen verdedigingsposten, maar ook logistieke knooppunten. Omdat de bevoorrading vooral via het water verliep, had ieder fort een haven of aanlegplaats. Dat weten we onder meer dankzij scheepsvondsten in Zwammerdam, Woerden en De Meern.
Ook in Bodegraven zijn aanwijzingen voor zo’n verbinding met de rivier gevonden. Tussen het fort en de Rijn troffen archeologen concentraties palen aan, mogelijk resten van een steiger of beschoeiing. Hoe dan ook laten ze zien dat goederen hier konden worden gelost en verder verspreid- naar naburige forten én naar verre bestemmingen zoals Groot‑Brittannië.
12


