Tussen 1464 en 1572 stond op het terrein van Park Matilo het Sint Margarethaconvent. Hier woonden zusters van de Derde Orde van Sint Franciscus. Hun leven bestond uit bidden en werken. Handenarbeid vonden zij een goede manier om luiheid te bestrijden en goede gedachten te stimuleren. Ze weefden bijvoorbeeld linnen, maakten lakense stof, bakten brood, verzorgden zieken, brouwden bier en hielden koeien en schapen.
Het convent bezat uitgestrekte landerijen. Uit een inventarisatie van 1572 blijkt dat het een boomgaard bezat en dat er veel bomen stonden op het terrein: ‘ontellicke veel willige, groote ende cleyne.’
Tijdens de Opstand in 1572 ging de stad Leiden over naar de kant van Willem van Oranje. Alle katholieke kloosters werden opgeheven, de gebouwen en landerijen vervielen aan de stad. De zusters verlieten het convent en zochten onderdak bij begijnhoven en gasthuizen in de stad.
Tijdens de bouw van het klooster zijn de eerste Romeinse vondsten in Matilo gedaan: Romeinse munten, bronzen leeuwenbeeldjes en een beeld van de godin Minerva. De moeder-overste van het convent vertelde 500 jaar geleden bovendien over de vondst van een ‘reus in bronzen harnas’ en over een antieke schat waar een vloek op zou rusten.
Afbeelding: plattegrond van het Margarethaconvent uit 1572, Erfgoed Leiden e.o.


