Archeologen denken dat de ruitereenheid in Ockenburgh vooral de taak had om vijanden te onderscheppen. Uit Romeinse bronnen weten we dat aanvallers vanuit het noorden per schip langs de kust het Rijk probeerden binnen te dringen. Om dat tegen te gaan stationeerden de Romeinen troepen langs de kustlijn.
De kracht van de cavalerie was hun snelheid. Ruiters patrouilleerden over het strand en konden veel sneller reageren dan schepen. Zodra er vijandige boten werden gezien, konden ze direct in actie komen en de indringers op het strand opwachten. Waarschijnlijk hielden de soldaten onderling contact via wachttorens met vuurbakens, zodat waarschuwingen snel konden worden doorgegeven.
43