Fectio (Bunnik / Vechten)
Castellum Fectio, gelegen bij het dorp Vechten in de gemeente Bunnik, was een van de oudste en grootste Romeinse forten van het huidige Nederland. Het lag op een strategische plek waar een zijtak van de Rijn aftakte richting de Vecht, wat het fort zowel een militaire als een nautische sleutelrol gaf op de Neder-Germaanse Limes. De naam Fectio (in inscripties terug te vinden als “Fectione” en op latere bronnen als “Fictione” of “Fletio”) wordt in verband gebracht met het Latijnse begrip voor zijtak of vaart, en verwijst vermoedelijk naar deze waterverbinding. Vanaf Fectio konden Romeinse vlootschepen via de Vecht het Friese gebied bereiken en via de Rijn de kust van de Cananefaten.
De eerste aanleg van het castellum dateert uit de tijd van keizer Augustus en wordt in de archeologie meestal in het jaar 4 of 5 na Chr. geplaatst. Daarmee gaat Fectio terug op de offensieve fase van Drusus en Tiberius, toen Rome nog uitkeek naar uitbreiding tot aan de Elbe. Het fort was aanvankelijk een houten en aarden constructie en werd vervolgens in totaal zes keer in hout herbouwd, voordat in het begin van de derde eeuw een definitieve stenen versie verrees. De grote omvang en de lange continuïteit maken Fectio archeologisch uitzonderlijk waardevol.
De bezetting bestond uit gemengde troepen. In de late eerste eeuw waren hier de Cohors II Britannorum milliaria equitata en de Cohors I Flavia Hispanorum equitata gelegerd, beide gedeeltelijk bereden eenheden van circa 480 man. In de tweede en vroege derde eeuw werd Fectio het garnizoen van de Ala I Thracum, een ruitereenheid van Thracische oorsprong, eveneens van circa 480 man sterk. Op piekmomenten kan het garnizoen rond de duizend man hebben geteld, inclusief vlootpersoneel.
Fectio is een van de rijkste vindplaatsen van de Nederlandse Limes. In de negentiende eeuw werden hier al meer dan tienduizend voorwerpen geborgen, die nu in het Centraal Museum Utrecht en het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden bewaard worden. Bekende vondsten zijn de wijaltaren voor de godin Viradectis en voor de Matronen (Mater Deae), een wijnvat met de stempel van keizer Caligula (gevonden bij opgravingen in 1995-1996), en ruim honderd fragmenten van houten schrijfplankjes die in 2010 voor het eerst systematisch werden onderzocht. Ook werden delen van Romeinse schepen, paardentuig en militaire uitrusting in de bodem aangetroffen.
Rond 270-275 na Chr. werd Fectio, samen met de meeste forten op Nederlandse bodem, prijsgegeven; archeologisch onderzoek toont aan dat het terrein toen werd platgebrand. De Rijnloop verlegde zich, het terrein vernatte en het fort raakte in de eeuwen daarna onder de grond verborgen. Pas in de moderne tijd werd op de plek het Fort bij Vechten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangelegd, waaronder de Romeinse resten zich nog goeddeels bevinden. Sinds 2021 is Fectio onderdeel van het UNESCO-werelderfgoed.