Carvo (Kesteren)
Castellum Carvo, ook wel Carvone genoemd, lag aan de noordwestrand van het huidige Kesteren in de gemeente Neder-Betuwe. Het fort verrees op een stroomrug langs de zuidoever van de toenmalige Rijn, in de keten van forten die de Romeinse Rijngrens vormden tussen Levefanum en Castra Herculis. Carvo wordt op de Peutingerkaart vermeld onder de naam “Carvone”. Het is overigens belangrijk te onderscheiden tussen dit Carvo bij Kesteren en het mogelijke Castellum Carvium in de Bijland bij Herwen; in de wetenschappelijke literatuur wordt deze laatste identificatie soms als waarschijnlijker beschouwd, en blijft de naamgeving van Kesteren onderwerp van debat.
De aanleg van het Kesterense castellum wordt geplaatst rond 70 na Chr., direct na het neerslaan van de Bataafse Opstand. Onder keizer Vespasianus werd de Rijngrens versterkt met een reeks nieuwe forten, waarvan Carvo er een was, naast onder meer Mannaricium en Levefanum. De eerste fase was opgetrokken in hout en aarde; concrete sporen van een latere stenen fase zijn op het terrein in Kesteren niet aangetroffen, vermoedelijk omdat de Rijn later over het oorspronkelijke fortterrein is geschoven en de structuren heeft weggespoeld.
Hoewel de exacte fortplattegrond niet bekend is, wijst het vondstpatroon onmiskenbaar op een militaire aanwezigheid. In 1974 werd ten zuiden van Kesteren een militair grafveld aangetroffen, met de oudste graven daterend van rond 70 na Chr. Daarnaast zijn twee burgergrafvelden uit de bijbehorende vicus gedocumenteerd. Het opvallend grote aantal paardenbegravingen wijst op de aanwezigheid van een bereden eenheid, vermoedelijk een ala of een cohors equitata; de specifieke naam van deze eenheid is niet door inscripties bevestigd.
Andere vondsten uit het Kesterense gebied zijn aardewerk, fibulae, munten en bouwmateriaal als dakpannen met legioensstempels, die tussen het fort en de civiele nederzetting (canabae of vicus) verspreid liggen. Door de combinatie van grafvelden, paardenbotten en militaire kleinvondsten is men er ondanks het ontbreken van directe muurresten van overtuigd dat hier een castellum heeft gestaan. Wijaltaren of helmen van wereldfaam zijn in Kesteren niet teruggevonden.
Het einde van Carvo valt vermoedelijk in dezelfde fase als de overige limesforten in dit deel van de Betuwe: rond 270-275 na Chr., onder druk van Germaanse invallen en de algehele crisis van het Romeinse Rijk in de derde eeuw. Door rivierverlegging en kleisedimentatie raakte de plek aan het zicht onttrokken; ook hier is de oorspronkelijke locatie deels door de Rijn weggeerodeerd. Vandaag herinneren vooral de vondsten in het lokale museum en de status binnen het UNESCO-werelderfgoed van de Lower German Limes aan het Romeinse verleden van Kesteren.