Ulpia Noviomagus Batavorum, in de bronnen ook aangeduid als Municipium Ulpia Noviomagus, was de hoofdstad van de Civitas Batavorum en gold in de tweede en derde eeuw als een van de belangrijkste Romeinse steden van het huidige Nederland. De stad lag op het terras boven de Waal in het westelijk deel van het huidige Nijmegen, ongeveer in het gebied van het Waterkwartier. Daarnaast bezat Nijmegen een uitgestrekt militair complex op de Hunerberg, het Kops Plateau en rond het Valkhof, waardoor de stad op de Limes een dubbele rol speelde: zowel civiel bestuurscentrum als belangrijkste legioensbasis ten noorden van de Rijn-Maasdelta. De vaak gehoorde verwarring met “Castra Herculis” hoort niet bij Nijmegen thuis, maar bij Castellum Meinerswijk in Arnhem.

De Romeinse aanwezigheid op de Hunerberg gaat terug tot 19 voor Chr., toen onder keizer Augustus en zijn medewerker Marcus Vipsanius Agrippa een legioenskamp van zo’n 42 hectare werd ingericht; voldoende voor twee tot drie legioenen, oftewel ongeveer 15.000 man. Rond 12 voor Chr. werd dit kamp grotendeels verlaten. Even ten westen daarvan ontstond aan het begin van de eerste eeuw een vroege civiele nederzetting, het Oppidum Batavorum, dat als bestuurscentrum van de Bataven fungeerde.

Tijdens de Bataafse Opstand van 69-70 na Chr. werd het Oppidum Batavorum, waarschijnlijk door de Bataven van Julius Civilis zelf, in brand gestoken. Na het neerslaan van de opstand werd Nijmegen onder Vespasianus militair drastisch versterkt: in 71 na Chr. werd op de Hunerberg de Legio X Gemina Pia Fidelis gestationeerd, in een nieuw, eerst houten en even later in steen herbouwd legioenskamp. Het Tiende Legioen bleef tot ongeveer 104 na Chr. in Nijmegen, waarna keizer Trajanus de eenheid naar de Donau verplaatste; daarmee verdween het permanente legioen, hoewel kleinere detachementen nog enige tijd in het gebied actief bleven.

De civiele opvolger van het Oppidum Batavorum werd onder keizer Trajanus rond 98-104 na Chr. tot stad verheven, met marktrechten en de eretitel “Ulpia” naar diens familie. In de tweede eeuw groeide Ulpia Noviomagus uit tot een ware Romeinse stad, met een geschat inwonertal van 5.000 tot 6.000, een forum, magazijnen, badhuizen, een amfitheater met een capaciteit van zo’n 12.000 toeschouwers, en een uitgestrekt grafveld dat met meer dan 12.000 graven een van de grootste van Noordwest-Europa is.

De archeologische rijkdom van Romeins Nijmegen is enorm. Naast aardewerk, dakpanstempels, mozaieken en Romeinse schrijfplankjes zijn ook bijzondere militaria gevonden, waaronder paardentuig, wapens en delen van paradeharnassen op de Hunerberg. Een triomfzuil voor keizer Tiberius en talrijke wijaltaren benadrukken de status van de plek. Veel van deze vondsten zijn te zien in Museum Het Valkhof.

In de loop van de derde eeuw, in de chaos van Germaanse invallen, burgeroorlogen en de zogeheten Crisis van de Derde Eeuw, raakte Ulpia Noviomagus tussen 260 en 270 na Chr. in verval. De civiele stad werd verlaten, terwijl op het Valkhof in de vierde eeuw nog een laatromeinse versterking actief bleef. Onder de moderne stad Nijmegen ligt het Romeinse verleden grotendeels verborgen, maar dankzij de UNESCO-werelderfgoedstatus van de Lower German Limes (sinds 2021) en de opgravingen rondom het Valkhof en de Hunerberg blijft het zichtbaar in het stadsbeeld.

Meer uit dit tijdperk

Stap voor stap door dit tijdperk

7